Andere parasitaire infecties

Als we zeker weten dat de hond geen vlooien heeft gaan we verder zoeken. Eerst willen we andere parasitaire infecties uitsluiten. Om hier achter te komen nemen we afkrabsels van de aangetaste huid en bekijken dit onder de microscoop. Vinden we een parasitaire infectie dan zal daar de therapie op worden gericht. De volgende mijten spelen een rol als veroorzaker van huidproblemen bij de hond: demodex, sarcoptes (schurftmijt) en cheyletiella.

Demodex

Demodicosis (of jeugdschurft) is edemodexen veel voorkomende parasitaire aandoening die meestal gepaard gaat met ontstekingsverschijnselen. De naam jeugdschurft is niet terecht omdat op oudere leeftijd deze infectie ook voor kan komen. De aandoening is niet besmettelijk.

Het is tot op heden niet goed bekend waarom de mijt, die een normale huidbewoner is, zich plotseling gaat vermenigvuldigen. Uit meerdere studies blijkt , dat bij honden met een uitgebreide demodicosis en een secundaire bacteriële ontsteking van de huid sprake is van een immuunstoring. De immuunstoring kan erfelijk zijn maar ook verkregen.

We kunnen 2 beelden onderscheiden:
Lokale vorm van demodicosis: er zijn enkele of soms maar 1 scherp omschreven kale plekken.
Gegeneraliseerde vorm van demodicosis: de hond kan er ook ziek van zijn met vergrote lymfeknopen.
De mijten zijn aantoonbaar door afkrabsels te maken van de huid en onder de microscoop te bekijken.

Behandeling
Locale vorm: wassen met Ectodex. Na de wassingen moet de hond weer met afkrabsels worden gecontroleerd of ze vrij is van de mijt. De therapie moet dan nog 3 weken worden doorgezet. De behandeling mag niet bij de Chihuahua worden gebruikt.

Gegeneraliseerde vorm: wassen met Ectodex. Bij langharige honden is het verstandig de honden te scheren. De ogen moeten voor het wassen te worden beschermd met oogzalf.
Ook hier geldt de controle na de wassingen.

Bij patiënten welke bij ons in de kliniek niet goed of onvoldoende reageren op de wassingen gebruiken we een andere therapie. De therapie wordt off label use gebruikt volgens de cascade regeling behorende bij het diergeneesmiddelenbesluit en de diergeneesmiddelenregeling. Deze therapie gebeurd onder strikte begeleiding van de kliniek. De therapie mag niet worden toegepast bij Shelties, Schotse herders, Border collies en kruisingen met deze rassen.

Bij recidieven gaan we de hond verder onderzoeken op mogelijke andere oorzaken van de immuunstoornis zoals: schildklierstoornis, lever en nierstoornissen, ziekte van Cushing of suikerziekte.

Regelmatig zien we bij de gegeneraliseerde vorm ook een secundaire bacteriële infectie; de hond krijgt dan ook een antibioticum kuur mee.

De prognose is bij een jonge hond redelijk, maar bij een oudere hond gereserveerd, zeker wanneer het niet lukt om een primaire oorzaak te vinden.

Schurftmijt

Scabiës of “gewone schurft”schurftmijt_scabies
Scabiës wordt veroorzaakt door de sarcoptes mijt. Deze zeer besmettelijke aandoening veroorzaakt heftige jeuk die wordt veroorzaakt door allergische reacties van de hond tegen de mijt en haar uitwerpselen.

Besmetting vindt plaats door direct contact van hond tot hond. Besmetting van de hond op de mens is ook mogelijk. Vaak zijn vooral buik, hakken, ellebogen en oren aangetast, maar in principe kan het over het hele lichaam voorkomen.

De sarcoptes mijt is meestal lastig te vinden. Meerdere huidafkrabsels zijn noodzakelijk om de parasiet aan te tonen. Bij twijfel kan ook bloedonderzoek op antilichamen tegen de parasiet worden uitgevoerd.

De honden worden behandeld met een geschikte spot-on op de patiënt en contactdieren.
Wij adviseren ook de omgeving te behandelen met een omgevingsspray omdat de mijt buiten de gastheer kort kan overleven.

Cheyletiella

Cheyletiella, vachtmijt of “wandelende roos”schurftmijt_schilfermijt
Tegenwoordig krijgen we veel puppies in de kliniek die in de vacht veel schilfers hebben. De vacht is dof, er zijn veel schilfers (roos!) en losse haren. De schilfers zijn er niet uit te borstelen en de hond kan (maar hoeft niet) jeuk hebben.

Zowel honden, katten en konijnen kunnen besmet zijn met de Cheyletiella mijt. De mijt leeft in de oppervlakkige huidlaag, maar kan bij ernstige schilfervorming ook tussen de schilfers leven. De Cheyletiella besmetting is erg besmettelijk. Vooral jonge dieren zijn gevoelig, maar ook oudere dieren kunnen worden besmet.

Bij de hond zijn de eerste tekenen van een Cheyletiella infectie een doffe vacht met roos en veel losse haren. Uiteindelijk zit de hele vacht van de hond onder de schilfers. Bij de kat zien we veel losse schilfers op de rug, romp en nek en meestal ziet de eigenaar dat de kat zich meer wast dan normaal. Ook bij het konijn zien we een toegenomen huidschilfering en kaalheid. Sommige dieren hebben geen jeuk, andere dieren hebben wel veel jeuk.

Diagnose Cheyletiella: Meestal kunnen we in de kliniek de Cheyletiella aantonen door wat haren en schilfers onder de microscoop te bekijken. Soms bevestigen we de diagnose door een afkrabsel of door de plakbandmethode of door een stofzuigermonster.

Cheyletiella is goed te behandelen. Met een spot-on oplossing hebben wij goede ervaringen. Het is een makkelijke therapie welke na 4 weken herhaald moet worden. De contactdieren moeten ook worden behandeld. De woonomgeving moet worden behandeld met een omgevingsspray.

Het beste is om 4 weken na de laatste behandeling een controle onderzoek bij ons te laten doen op uw behandelde huisdier.