Factoren kans op schimmelinfectie

De kans op een schimmel infectie wordt bepaald door een aantal factoren die gerelateerd zijn direct aan het dier zelf, de omgeving en/of overbevolking.

  • Kittens en oudere dieren lopen een groter infectierisico dan gezonde volwassen dieren.
  • Drachtige en lacterende poezen zijn vaker geïnfecteerd met huidschimmelinfecties en kunnen deze overgedragen op hun nakomelingen.
  • Elk ras is gevoelig voor schimmelinfectie, maar sommige rassen (Pers) lijken vaker gevoelig te zijn.
  • Er lijkt een familiaire predispositie te bestaan bij de kat.
  • Elke aandoening die de weerstand vermindert kan bijdragen aan een verhoogde gevoeligheid bij kat voor huidschimmelinfectie. In een onderzoek werd 3 keer zo vaak huidschimmelinfectie aangetroffen bij FIV- geïnfecteerde katten, terwijl een ander onderzoek geen relatie aan kon tonen tussen een FIV- of FeLV- infectie en schimmel infectie.
  • Warmte en vochtigheid zijn van invloed op het voorkomen van huidschimmelinfecties.
  • Katten in een cattery, zwerfdieren, verwilderde katten en katten welke leven met andere katten lopen een verhoogd risico op een schimmelinfectie.
  • Katten die regelmatig met andere dieren in contact komen op shows, lopen een grotere kans op een schimmelinfectie.
  • Huidschimmel infecties komen in heel Europa voor. Het komt waarschijnlijk vaker voor in ontwikkelingslanden en in gebieden waar grote groepen katten dicht op elkaar leven.
  • Het percentage dragers varieert bij hond en kat sterk, maar ligt bij de hond op ongeveer 6% en varieert bij de kat tussen de 10 en 30%.