Geboorteregeling bij de reu

De begrippen castratie en sterilisatie worden vaak verkeerd gebruikt. We noemen het onvruchtbaar maken van mannetjesdieren vaak castratie en van vrouwtjesdieren sterilisatie. Dat is feitelijk onjuist, want vrouwtjesdieren worden ook gecastreerd!

Heel in het kort: bij castratie worden de geslachtshormoon producerende organen verwijderd (bij mannetjes de zaadballen en bij vrouwtjes de eierstokken) en bij sterilisatie worden de eileiders of de zaadleiders onderbroken. De geslachtshormonen blijven dan dus gewoon geproduceerd worden en het effect van deze hormonen op het lichaam en het gedrag van het dier blijft ook aanwezig. Daarom wordt sterilisatie bij dieren eigenlijk nooit toegepast.

Bij de castratie van een reu verwijdert de dierenarts beide testikels (zaadballen).
Uw hond gaat daarbij volledig onder narcose. Een castratie heeft soms een medische, maar meestal een praktische reden. Medische redenen zijn prostaatproblemen of tumoren in de zaadballen. Praktische reden is natuurlijk dat uw reu geen teef kan dekken en bepaald ongewenst gedrag niet meer vertoont. Vanaf het moment dat uw reu ongeveer zes maanden is komt hij voor castratie in aanmerking.
LET OP! Na de castratie kan de reu nog korte tijd vruchtbaar zijn omdat er nog sperma in de zaadleiders aanwezig is.

Voordelen van castratie:

  • Weglopen:De reu zal minder weglopen omdat hij minder behoefte heeft om achter loopse teven aan te gaan (95% succes).
  • Felheid:De reu wordt minder fel ten opzichte van andere reuen ( ± 60% succes).
  • “Rijden”:De reu heeft minder neiging tegen iets of iemand op te ‘rijden’ of tegen iets aan te plassen (95% succes).
  • Ontsteking:Een ontsteking van de voorhuid wordt meestal minder.
  • Prostaat:Er is minder kans op ontstekingen of een goedaardige vergroting van de prostaat (het risico op kanker van de prostaat is echter niet verminderd!).

Nadelen van castratie:

  • Risico: Het gaat om een operatie onder algehele narcose. Elke operatie brengt een zeker risico met zich mee, al is dit bij de huidige anesthesiemiddelen heel klein.
  • Incontinent: Er is een kleine kans dat uw reu een urine-incontinentie na de castratie ontwikkelt.
  • Dik worden: De reu heeft na de castratie de neiging om dik te worden, door de hond na castratie aangepast te voeren, bijvoorbeeld door een Light voeding te voeren, kunt u dit voorkomen.
  • Definitief: De operatie kan niet ongedaan worden gemaakt.
  • Tumoren: Bij sommige reuen zitten één of beide testikels nog in de lies of zelfs in de buik. Deze testikels kunnen ontaarden in tumoren. Het is echter niet nodig een hond om deze reden te castreren. Mocht uw hond om andere redenen in aanmerking komen voor castratie dan moeten deze testikels ook verwijderd worden omdat ze wel gewoon hormonen produceren.

De keuze om een reu wel of niet te castreren is niet altijd makkelijk. Met name de “onomkeerbaarheid” van de ingreep zorgt vaak voor twijfel. Ook is niet altijd zeker of castratie wel het gewenste effect op bijvoorbeeld het gedrag van de reu heeft.
Er is echter ook een “tussen oplossing”; een implantaat.