Patella luxatie

Patella luxatie,een ontwrichting van de knieschijf.

Kniegewricht
Het kniegewricht bestaat uit de volgende botdelen:

  • Dijbeen/bovenbeenpatella-luxatie
  • scheenbeen
  • kuitbeen
  • knieschijf (patella)

Diverse spieren, waaronder de grote bovenbeenspier aan de voorzijde van het dijbeen en de hamstrings aan de achterzijde van het dijbeen, zorgen voor beweging van het kniegewricht. De knieschijf bevindt zich aan de voorzijde van de knie, in de strekpees van het kniegewricht. In het dijbeen/bovenbeen bevindt zich een geultje waardoor de knieschijf zich beweegt.

Probleem
Bij een dier dat een patella luxatie heeft, beweegt de knieschijf niet mooi in het geultje van het dijbeen. De knieschijf schiet uit dit geultje en bevindt zich vervolgens aan de binnenzijde of aan de buitenzijde van het dijbeen. In deze toestand kan het onderbeen niet meer gestrekt worden en kan de poot geen gewicht meer dragen.
Tijdens het luxeren schuurt de knieschijf over de rand van het geultje in het dijbeen. Hoe vaker dit gebeurt, hoe meer schade er ontstaat aan de randen van het geultje. Osteoarthrose met botnieuwvorming en overvulling van het gewricht kunnen dan ook het gevolg zijn van een onbehandelde patella luxatie.
Doordat de knie met een geluxeerde knieschijf minder stabiel is, wordt in 25% van onbehandelde patella luxaties gezien dat uiteindelijk de voorste kruisband van de knie scheurt.

Oorzaak
Afwijkingen in de anatomie van de botten en/of spieren van een achterpoot kunnen op korte of lange termijn leiden tot patella luxatie. Deze afwijkingen zijn vaak aangeboren, maar kunnen zich ook tijdens de groei ontwikkelen. Patella luxatie kan ook ontstaan als gevolg van trauma, al wordt dit weinig gezien.

Patella luxatie wordt qua ernst in vier graden ingedeeld:

  • Graad 1: u heeft uw dier niet kreupel zien lopen, maar bij het klinisch onderzoek is de knieschijf wel te luxeren.
  • Graad 2: uw dier is wisselend kreupel en de knieschijf kan tijdens het onderzoek worden geluxeerd, maar zal zonder moeite weer terugschieten naar het geultje.
  • Graad 3: uw dier kan wisselend of zelfs continu kreupel zijn, maar kan ook geen duidelijke kreupelheid vertonen en alleen met O-benen lopen. De knieschijf is tijdens het onderzoek vaak al geluxeerd, maar kan nog wel terug in de normale positie worden gebracht. Soms kunnen aanwijzingen worden gevoeld voor osteoarthrose.
  • Graad 4: uw dier is continue kreupel of loopt met O-benen. De knieschijf bevindt zich buiten het geultje van het dijbeen en kan door de dierenarts niet hierin worden teruggeplaatst.

Symptomen
Wisselende belasting van één of beide achterpoten is vaak het meest opvallende symptoom. Vaak treedt met de tijd verergering van de klachten op.
Bevindt de knieschijf zich netjes in het geultje van het dijbeen, dan zal er weinig opvallen aan het dier. Is de knieschijf geluxeerd, dan zien we dat uw hond of kat geen gewicht meer op de poot kan zetten zonder “erdoorheen te zakken”. Vaak zien we dat honden de poot in de lucht houden of konijnensprongen maken. Wanneer de knieschijf na enkele seconden weer is teruggeschoven op zijn normale plaats, kan de hond de poot weer normaal belasten.
Katten vertonen meestal een ander beeld dan honden. De kat zal met de achterhand heel laag bij de grond lopen in een soort sluipgang. Daarnaast kan het opvallen dat de kat niet meer springt.
Aan plotselinge verergering van de kreupelheid kan een scheur in de voorste kruisband ten grondslag liggen.

Diagnostiek
Tijdens het lichamelijk onderzoek van een dier worden de knieën door de dierenarts goed nagevoeld. De dierenarts stelt de graad van de patellaluxatie vast op basis van uw verhaal gecombineerd met de bevindingen uit het onderzoek.
Röntgenfoto’s van knie, bovenbeen en onderbeen zijn bijna altijd geïndiceerd. Op deze foto’s kan worden beoordeeld in welke mate zich osteoarthrose van het kniegewricht heeft ontwikkeld, hetgeen een belangrijke prognostische factor is. Daarnaast kan aan de hand van de foto’s worden bepaald wat de eventuele afwijkingen zijn in de stand van het bovenbeen en onderbeen. Als het dier moet worden geopereerd aan de patella luxatie, dan is dit relevante informatie voor het kiezen van de juiste chirurgische techniek.

Therapie
Een volwassen dier met een graad 1 patellaluxatie hoeft over het algemeen niet te worden geopereerd. Wel zal in de toekomst goed in de gaten moeten worden gehouden of er geen verslechtering optreedt. Zodra een dier kreupelheidsklachten vertoont van de patella luxatie (graad 2 en hoger) dan zal een operatie bijna altijd geïndiceerd zijn. Wat betreft de kreupelheid gaat het hier om verminderde belasting, omhoog houden van de poot of een afwijkende stand van de poot.
Of een chirurgische aanpak gewenst is, is geheel afhankelijk van de ernst van de patellaluxatie, de klinische klachten, de afwijkingen op een röntgenfoto en de leeftijd van het dier. Iedere operatie in een gewricht zal resulteren in een zekere mate van osteoarthrose en dit zal door de dierenarts worden meegenomen in de beslissing tot het wel of niet opereren van een dier. Samen zullen we bepalen welke behandeling voor uw dier het meest geschikt zal zijn.

Prognose
De prognose van patellaluxatie verschilt per dier en is onder andere afhankelijk van de leeftijd van het dier, de mate van osteoarthrose van het kniegewricht en de chirurgische techniek. Gevolgen van een onbehandelde patella luxatie zijn ontstaan van artrose rond het kniegewricht en een vergroot risico op voorste kruisbandletsel.
Chirurgische behandeling zal niet altijd kunnen zorgen voor het volledig verdwijnen van de patella luxatie maar wel tot het verminderen van de ernst van de luxatie tot een graad 1, waarbij geen klinische klachten meer optreden van de luxatie. Het strikt volgen van de juiste revalidatiestappen na operatie is daarnaast van groot belang voor een goede prognose.

Copyright: VetVisuals® International